Dan ben je hard op weg om zelfstandige te worden met hoogbegaafdheid als expertisegebied, en vraagt men ineens hoe je “bedrijf” heet.
Bovenal wilde ik een naam kiezen die mijn eigen kinderen van 10 en 12 aansprak. Alle variaties op “Jasper Arbeel Hoogbegaafdheidsadvies” kwamen daarmee te vervallen, want “saaaai!”
Ook bleek dat er al veel “Buutvrij’s” bestonden, en ik wilde voorkomen dat ik ooit royalty’s zou moeten betalen aan bijvoorbeeld de erven van Paul Biegel – wat met een naam als Hoepsika (naar het nog altijd geweldige boek uit 1977) zomaar had gekund.
Al mijmerend kwamen we uit bij Skibidy. Hoewel meestal gespeld met een i op het eind, voldeed Skibidy in ieder geval aan de belangrijkste eis: mijn kinderen vonden het leuk. Er gaat tenslotte geen dag voorbij zonder dat iets volgens hen Skibidy is.
Het woord wordt – als je Google mag geloven – gebruikt als er iets opvallends gebeurt. En precies dát vind ik van toepassing op kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid. Ze kunnen enorm van elkaar verschillen, maar hebben één ding gemeen: als je goed en met aandacht naar ze kijkt, valt er bij elk van hen wel iets bijzonders op.


Met die constatering was Skibidy geboren.