Er is enorm veel onderzoek, literatuur en uiteenlopende visies op hoogbegaafdheid. Allemaal waardevol en interessant, maar uiteindelijk is er nog steeds geen eenduidige definitie van wat hoogbegaafdheid precies is.
Wat mij betreft hoeft deze er ook niet te zijn. Wat voor mij centraal staat, is niet het labelen van wie wél of niet hoogbegaafd is, maar het bieden van passend onderwijs dat aansluit bij de behoefte van het kind. De vraag hoe we dat kunnen realiseren is belangrijker dan wie precies onder het label valt.
Hoewel theoretische kaders waardevol zijn, zijn ze nooit een doel op zich. Toen ik als accountmanager digitale leeroplossingen verkocht, gebruikte ik vaak de uitdrukking “one size fits none” om aan te geven dat iedere organisatie anders is, en daarmee de “off the shelf” oplossing een goed uitgangspunt kan zijn, maar nooit optimaal is.
Met het werken met (hoog)begaafde leerlingen is die uitspraak alleen maar relevanter geworden: elk kind leer anders en juist deze groep gedijt zelden bij de standaardaanpak, die gericht is op het gemiddelde. Dat vraagt van docenten en specialisten dat ze niet alleen vanuit theorie werken, maar blijven kijken naar wat past en werkt, en soms ook durven proberen wat nog niet eerder is gedaan.
Of ik nu vanuit Skibidy advies geef, trainingen verzorg of kinderen begeleid met kenmerken van hoogbegaafdheid, deze visie vormt steeds het vertrekpunt van mijn aanpak.